Mevrouw Singewald . . . . .
Door Roel Pruysen.
Woensdagochtend 7.50 uur .
De telefoon gaat over. Met de slaap nog in mijn ogen neem ik op. Met Roel Pruysen zeg ik.
Goedemorgen meneer Pruysen, sorry dat ik u zo vroeg stoor, hoor ik een bezorgde mevrouw Singewald aan de andere kant van de lijn. U bent toch van de schaakvereniging, meneer Pruysen? Waar mijn man dinsdagavond gaat schaken? Jazeker, mevrouw Singewald, zeg ik. Wat is er aan de hand? Toch niet iets ergs met Fred mag ik hopen, mevrouw Singewald?
( In mijn achterhoofd schiet opeens de gedachte, dat als Fred wat is overkomen ( niet iets al te ergs natuurlijk, maar een paar weekjes ziekenhuis) mijn eigen kansen op het kampioenschap van groep B aanzienlijk zouden stijgen).
Wat is er mevrouw Singewald ? Sinds een paar weken, begint mevrouw Singewald, praat Fred in zijn slaap. Midden in de nacht begint hij te murmelen over zwarte paarden, torens en een dame. Hij zou toch geen andere vrouw hebben! Was mijn eerste gedachte zei ze. Maar deze inval was snel over toen Fred in zijn slaap zei “ ik heb je te pakken Hans Hameetman, schaakmat “ .
Er volgden meer woorden in zijn slaap, vervolgde mevrouw Singewald. Remise begon hij opeens, maar meneer Pruysen, Fred gaat nooit met de tram!
En Gepind riep hij opeens. Maar na controle bleek er geen geld van onze rekening te zijn afgeschreven. U bedoeld gepend, mevrouw Singewald; niet gepind maar gepend! Dat is een schaakterm mevrouw Singewald.
Hoe leg ik uit aan een vrouw wat een penning is? Weet u wat buitenspel is mevrouw Singewald?
Waar wilt u heen meneer Pruysen? Ik begrijp u niet.
Laat maar zeg ik, voor het uitleggen van een penning kunt u beter terecht bij ons lid Ed de Geer, die geeft wel eens schaaktips, mevrouw Singewald. Vàn de Geer meneer Pruysen; geen de Geer maar vàn de Geer! Oké mevrouw Singewald.
Ik maak me wel zorgen meneer Pruysen ging mevrouw Singewald verder. Het woord “ beker “ heb ik Fred al meerdere nachten horen roepen. Een tijdje terug zei Fred thuis dat hij had gewonnen van Frank Plomp voor de beker. Alweer die beker meneer Pruysen.
Hoeveel bekers kun je eigenlijk bij jullie club winnen, want ik heb Fred nog nooit met een beker thuis zien komen.
Er zijn meer leden die over bekers dromen en er nooit eentje winnen mevrouw Singewald probeerde ik haar te kalmeren.
Mevrouw Singewald, het is zelfs een keer gebeurt dat een van onze leden een beker mee naar huis heeft genomen die hij niet zelf had gewonnen.
Dat zou Fred nooit doen riep mevrouw Singewald hard door de telefoon. Nee, nee mevrouw Singewald, zei ik , Fred niet, maar Frans wel.
Ik wil helemaal niet dat mijn man een beker wint; op zo’n lelijk onding zit ik thuis niet te wachten zei mevrouw Singewald.
Ik zou me niet zoveel zorgen maken, mevrouw Singewald.
De komende weken kan het zo maar gebeuren dat Fred de deksel op zijn neus krijgt, een paar potjes verliest en het dromen over het winnen van een beker gaat over in een nachtmerrie. Oh, oh, oh ik bedoel geen nachtmerrie, sorry mevrouw Singewald.
Nee dat zou het enkel maar erger maken. Zo bedoelde ik het niet. Meer dat zijn droom over de beker als een nachtkaarsje uitgaat.
Met Fred komt het best allemaal goed mevrouw Singewald. Maak u zich verder maar geen zorgen,
Wij regelen het wel op de schaakclub. We zullen hem voor de rest van het seizoen indelen tegen de beste spelers en hierdoor zal hij zakken op de ranglijst en zijn droom over het winnen van een beker zal ophouden mevrouw Singewald.
Dat beloof ik u. En dan zal het praten wel ophouden, mevrouw Singewald. Dan heeft hij geen praatjes meer.
Nou bedankt meneer Pruysen en nog een fijne dag verder, ik moest even mijn verhaal kwijt.
Ik begrijp het mevrouw Singewald, ik ben zelf ook getrouwd.
En ze hing op.
